‘Diezelfde tram stond altijd op de Markt klaar na de tienuurse Mis. Met mijn
zusje Anneke sprongen wij op de achterste wagon met de bedoeling er aan de
andere kant meteen weer uit te stappen. Maar op het moment dat ik er af sprong
reed de tram weg en zat Anneke er nog in. En die allemaal schreeuwen en janken tegen mij. ‘Blijf nou maar zitten’, riep ik nog en ik rende snel door de Klappeijstraat over het Schapendriesplein en door het Doelenstraatje en de Kleine
Braak naar de Heuvel. Ik was er nog eerder dan de tram. En ons An gelukkig dat
ik haar daar weer kon opvangen.’

